Calcium

Calcium is een extreem belangrijk mineraal dat het lichaam gebruikt om botten en tanden sterk te maken, naast honderden of zelfs duizenden andere functies. Calciumionen zijn bijvoorbeeld ook essentieel voor veel verschillende metabolische en andere reacties, inclusief de transmissie van zenuwimpulsen in de hersenen en het samentrekken en ontspannen van spieren, zoals de spieren die het hart laten kloppen.
Verlies van calcium door slechte voeding of leeftijdsgerelateerde processen kunnen botten dun, broos en gemakkelijk breekbaar maken. Het gevolg is een aandoening die bekend staat als osteoporose.
Het belang van maagzuur voor de opname van calcium werd voor het eerst opgemerkt in de jaren 60, een tijd waarin hoge doses calciumcarbonaat (bijvoorbeeld Cacit) een van de belangrijkste medische behandelingen voor maagzweren waren.
Omdat ze bezorgd was over de mogelijkheid van buitensporig hoge calciumopname, merkte een groep onderzoekers op dat sommige patiënten met zweren nauwelijks calcium opnamen – slechts 2%.
Toen ze het nader bestudeerden ontdekten ze dat deze mensen zeer weinig maagzuur hadden; hun gemiddelde pH in de maag was 6,5. Toen ze echter een van deze mensen een HCI-supplement (betazolhydrochloride) gaven waardoor de pH tot 1 werd verlaagd, werd de calciumopname vijfmaal zo hoog tot 10%. Hoewel calciumcarbonaat niet langer de voorkeursbehandeling voor maagzweren is, is de verrijking van voedingsmiddelen met calcium de grootste obsessie geworden van voedselproducenten die willen meevaren op de in de media gepresenteerde gold van ‘calciumbewustwording’. (Calcium is nu een van de slechts een handjevol vitamine- of mineralensupplementen die door de FDA zijn goedgekeurd.)
We kunnen alle met calcium verrijkte voedingsmiddelen, calciumsupplementen en calciumcarbonaat consumeren die we willen en toch nog eindigen met een calciumtekort als we te weinig maagzuur hebben als gevolg van atrofische gastritis of zuurremmende ’therapie’ tegen brandend maagzuur.
Net zoals met ijzer het geval is, is de hoeveelheid calcium die wordt opgenomen voor een groot gedeelte afhankelijk van de bron van het calcium en van de pH van de maaginhoud. Eén zeer algemene bron van calcium, calciumcarbonaat, dat meestal wordt verkregen uit oesters of kalksteen, wordt vaak in calciumsupplementen en antacida (bijvoorbeeld Cacit) gebruikt. Zijn deze middelen werkelijk goede bronnen van calcium? Nou, dat hangt ervan af.
Calciumcarbonaat reageert met HCI om het zuur te neutraliseren en calciumchloride te vormen. Calciumchloride is een sterk oplosbaar zout dat gemakkelijk door de dunne darm wordt opgenomen, kort nadat het – in opgeloste vorm – de maag verlaat. Het probleem met calciumcarbonaat als bron can calcium is echter dat de hoeveelheid die we opnemen direct afhankelijk is van de hoeveelheid zuur die in de maag aanwezig is.