Spijsverteringsstelsel

Inhoudsopgave

De meesten van ons hebben slechts een vaag idee hoe het spijsverteringssysteem werkt. We weten bijvoorbeeld dat, na het kauwen en doorslikken, het voedsel in onze maag terechtkomt en dat wat er na de vertering overblijft ons lichaam in de vorm van ontlasting verlaat.
We herinneren ons misschien van lessen op de middelbare school dat het spijverteringskanaal, waar de vertering plaatsvindt, in wezen een holle buis is die in de mond begint en bij de anus eindigt. Hoewel het naar de twee meest prominent aanwezige elementen, de maag en de darmen, wordt genoemd, bestaat het maagdarmkanaal uit veel meer onmisbare organen.
Spijsverteringsstelsel
De meesten van ons weten ook dat wat we eten niet alleen aan het andere eind naar buiten komt, maar dat het ook een weg naar de rest van ons lichaam vindt, waardoor botten, spieren, zenuwen, bloed en ieder ander orgaan, weefsel en cellen worden gevoed. De bekende uitdrukking ‘je bent wat je eet’ is gedeeltelijk waar. Het voedsel dat we eten wordt in het spijsverteringskanaal omgezet in iets dat snel een vertrouwd onderdeel van ons fysieke zijn wordt. Iedere cel in het lichaam bestaat uit de materialen die hun oorsprong ergens buiten het lichaam vonden.
Vertering is het proces waarbij voedsel in het maagdarmkanaal door zowel mechanische als chemische processen wordt afgebroken, zodat nutriënten aan het voedsel kunnen worden onttrokken, in de bloedbaan kunnen worden opgenomen en door het hele lichaam kunnen worden gedistribueerd voor een groot aantal doeleinden die ons in leven moeten houden.
Hoewel we het vaak vanzelfsprekend vinden, is er bij de vertering een zeer complex en goed gecoördineerde samenwerking van verschillende zuren, enzymen, basische stoffen, hormonen en andere zaken, die te veel zijn om op te noemen, betrokken. Wanneer deze in de juiste hoeveelheden op precies de juiste tijdstippen geproduceerd en vrijgemaakt worden, verloopt de vertering onopgemerkt op de achtergrond.

Maar als iets het evenwicht verstoort, laten we zeggen een tekort aan maagzuur kan dat een diepgaande uitwerking op de gezondheid hebben, die zich als maagklachten of brandend maagzuur kan manifesteren, en die veel verder reikt dan alleen de maag. We kijken verder naar een klein, maar extreem belangrijk deel van het spijsverteringsgebeuren, dat zich afspeelt in het gebied dat soms het bovenste deel van het maagdarmkanaal wordt genoemd en dat de mond, de slokdarm en de maag omvat. Het bovenste deel van het maagdarmkanaal functioneert als een soort pleisterplaats voor het spijsverteringssysteem. Hier wordt het voedsel in kleine, hanteerbare stukjes afgebroken, zacht gemaakt, gesmeerd en vloeibaar gemaakt.
Tegelijkertijd worden eiwitten, aminozuren, mineralen en andere nutriënten aan het voedsel onttrokken en verwerkt om ze optimaal beschikbaar te maken voor de volgende stappen in het proces van vertering en de absorptie die later plaatsvinden.
Iedere verstoring hier zal verderop in het proces gevoeld en uitvergroot worden. Zoals de meeste andere processen in het lichaam, kan de vertering extreem complex zijn, maar wees maar niet bang, we zullen proberen het eenvoudig te houden.

De mond

De vertering begint in de mond, waar het kauwen het voedsel in kleinere, beter hanteerbare stukjes breekt en het met speeksel vermengt. Speeksel, dat meteen wordt vrijgemaakt als het voedsel de mond binnenkomt (of, voor fans van Pavlov, bij het zien of ruiken ervan of het denken eraan), maakt het voedsel vochtig en begint het proces van het afbreken van zetmeel.
Het helpt ook het voedsel te smeren, zodat het gemakkelijker door de volgende fase van de reis, de slokdarm, kan gaan.

Spijsverteringsproces

Wat gebeurt er wanneer voedsel in de maag komt? Wanneer een doorgeslikte hap voedsel de LES passeert en in de maag komt, prikkelt deze een sterk gecoördineerde reeks gebeurtenissen, die gericht zijn op het optimaliseren van de vertering.

  • De maagwand rekt een beetje uit.
  • Het rekken wordt opgemerkt door de zenuwvezels, die de G-cellen een signaal geven om gastrine af te scheiden.
  • Gastrine stimuleert de pariëtale cellen om de afscheiding en het vrijkomen van zuur te laten toenemen. Het stimuleert ook ECL-cellen om histamine af te scheiden, wat daarna de pariëtale cellen stimuleert om de afscheiding en het vrijkomen van zuur te laten toenemen.
  • Pariëtale cellen geven een stof af die bekend staat als intrinsieke factor en die nodig is voor de absorptie van vitamine B12.
  • Gastrine prikkelt het vrijkomen van pepsinogeen uit de hoofdcellen in het maagslijmvlies.
  • Pepsinogeen wordt, in de aanwezigheid van voldoende HCI, omgezet in pepsine, het primaire maagenzym dat verantwoordelijk is voor het afbreken van eiwitten in aminozuren. De omzetting van pepsinogeen in pepsine gebeurt optimaal wanneer de pH van de maag 4 of lager is. Mocht de pH 5 of hoger (minder zuur) worden, dan wordt pepsinogeen geïnactiveerd en wordt er geen pepsine gevormd.